Van gigolo, naar gevangene, naar ambtenaar: welkom in het leven van Frank

[ad_1]

Vraag Frank hoe het met hem gaat, en hij zegt volmondig ‘goed’. En hij wil het nog wel een paar keer zeggen, hoor. Goed goed goed goed goed. Goeeed goed heel goed. 

“Klinkt zo heerlijk”, zegt hij. “Dat ik dat kan zeggen. Ik heb het gemist.”

We zitten in het Van der Valk-restaurant langs de snelweg. Frank is een stoere gast, flinke armen, vol tattoos ook. Hij drinkt een warme chocolademelk met slagroom, hij houdt van zoetigheid, hij houdt sowieso van ‘alle dingen die je in de bak niet hebt’. Hij had wel tijd voor een interview, maar dan wel op een plek waar hij makkelijk met de auto kan komen, want hij moet straks werken: sinds een paar maanden werkt hij als woonbegeleider in een vluchtelingenopvang. Hij grijnst: “Van gedetineerde naar rijksambtenaar. Wie had dat gedacht.”

Hij niet. Maar goed, om eerlijk te zijn: hij had ook niet verwacht dat hij in de cel zou belanden. En ook niet dat hij in de jaren daarvóór als gigolo aan de slag zou gaan. 

Is allebei wel gebeurd. 

In 2007 wankelde Franks leven. Hij was net gescheiden van de moeder van zijn twee kinderen, toen nog 4 en 6 jaar oud. “Dat deed zoveel zeer.”

Hij werkte in een casino en wordt op een avond, voor de grap, door een collega aan een vrouw gekoppeld die een gigolo zocht. “Het was een leuke, spontane, mooie vrouw om te zien, echt mijn type. Ik zag haar toen ik bezig was met hosten van een potje carribean stud poker, we raakten aan de praat, we gingen op pad, en ik zei op een gegeven moment: ‘Goh, ik hoorde van mijn collega dat jij een gigolo zocht.’ Ze vroeg wat ik kostte – ik had géén idee, het was bluf, maar ineens had ik dus een intieme avond met een vrouw en kreeg ik er nog flink wat flappen voor ook.”

Donkere kant

Maar, diezelfde avond leerde hij ook meteen de donkere kant van sekswerk kennen. “Ik hoorde haar bellen met iemand toen ze in de badkamer stond. Ze zei: ‘Make sure the medicines are ready when I’m at the airport.’ Ik vroeg haar waar die medicijnen voor waren. Ze was ziek, zei ze, leukemie, terminaal, ze had niet lang meer. Ze wilde alleen nog maar omgaan met mannen die niet dichtbij hoefden te komen, want ze wilde niemand verlaten van wie ze hield. Ik krijg weer kippenvel als ik het erover heb.”

Dat ‘eenmalige blufmoment’ liet hem zien dat er achter de façade van seks, geld en luxe (champagne hier, bubbelbadje daar), een boel leed zit. Eenzaamheid. Onzekerheid. Zoeken naar bevestiging. “Toen ik een tijd later écht aan de slag ging als gigolo, merkt ik dat ik dat leed moeilijk vond. Ik kan seks niet goed loskoppelen van emoties. Dat klinkt misschien raar uit de mond van iemand die als gigolo heeft gewerkt, haha, maar: ik pikte al die energieën op van de vrouwen met wie ik afsprak, en aan het eind was ik bekaf.”

Maar, toegegeven: al die flappen waren lekker, vooral omdat hij zich niet alleen in zijn eigen levensonderhoud moest voorzien, maar ook zijn twee kleine kinderen, een zoontje en een dochtertje, moest onderhouden. “Ik was fulltime vader, fulltime casinomedewerker, maar ik werkte steeds meer als gigolo omdat het zo makkelijk ging.”

Inmiddels werd Frank ook een steeds bekendere gigolo: hij schreef columns over zijn avonturen in de Viva, onder de naam Ramon. “En ik stond op de site van het bureau waar ik werkte, gewoon met mijn gezicht. Omdat ik dacht: mijn gezicht is mijn handelsmerk. En ik schaamde me niet, ik had in die tijd ook een vriendin die in het wereldje zat.”

In 2011 kreeg hij een klus van twee vrouwen: ze waren in Peru, werkten in de fashionwereld en hadden goede verhalen over hem gehoord. Of hij misschien zin had om daar met hen een paar nachten door te brengen, op hun kosten? “Ja”, zei Frank. “En toen ging het mis.”

Op de terugweg vloog Frank via Italië, waar hij wordt aangehouden bij de douane. “Is this bag yours?” Hij kijkt naar de inhoud: een plastic zak vol met uitgepoepte witte bolletjes. Frank gebruikte in die tijd regelmatig coke – hij geeft het gewoon toe – dus wist meteen: foute boel. Maar ergens was er ook verbazing. “Ik keek naar de tas, en naar de andere spullen die erin zaten, en dacht: verrék, die tas is van mij! Maar die bolletjes niet.”

Hij besefte dat hij alle schijn tegen had. Hij reisde alleen, droeg een Armani-pak, een duur horloge. “Het gekke is: in Lima werd ik, ik denk om die reden, ook al aangehouden. Toen hebben ze niets gevonden.” 

Tot de dag van vandaag ontkent hij dat hij er iets mee te maken heeft, Frank is ervan overtuigd dat iemand via zijn tas die bolletjes mee wilde smokkelen. “Ik kwam vrij laat het vliegtuig in, er was geen plek voor mijn tas boven mijn stoel, dus de stewardess legde hem ergens anders neer. Mijn tas kwam vooraan te liggen in het schap, vlak bij de wc. Ja, toen ik daaraan terug dacht, besefte ik: ik ben genaaid. Ik ben echt goed genaaid.”

Door wie? Hij weet het niet, zegt hij. Wat hij nog wel weet: de paniek die hij ervoer toen hij werd vastgezet. Amper Engelssprekende medewerkers, hij mocht niemand bellen. “Ik bleef maar roepen: doe een DNA-test, doe een test, die bolletjes kómen niet uit mijn lijf, maar toen sneerde iemand dat ik ‘dan wel een handlanger had gehad’. Ik had geen schijn van kans.”

Drie dagen bleef hij op het vliegveld, hij kreeg meerdere lichamelijke onderzoeken – “die lui dachten echt dat er nog iets in mijn lijf zat, want het aantal gram coke dat ze hadden gevonden was relatief weinig voor zo’n beer van een vent zoals ik. Maar ik bleef zeggen: je gaat niks vinden. Ik heb het niet gedaan.”

‘Ze dachten dat ik dood was’

Na die drie dagen wordt hij overgebracht naar een andere cel, maar nog steeds had hij niemand gesproken. Geen advocaat, niemand van het thuisfront. Daar dachten ze inmiddels dat hij dood was, of in elk geval: vermist. “Ik ben zelfs in de uitzending van TROS Vermist geweest, met mijn kop. En mijn kinderen waren totaal in paniek, die dachten dat papa dood was.”

Hij herinnert zich nog goed: het eerste briefje dat hij kreeg, nadat hij vanuit de gevangenis kon laten weten: ik leef, maar ik zit vast, maar ik leef, en ik hou van jullie. “Mijn zoon had een olifantje voor me getekend. Toen stortte ik in. Dat was me eerder nog niet overkomen in die tijd. Maar ik besefte dat mijn kleine jongen geen idéé had dat hij zijn vader een hele tijd niet zou zien.”

Uiteindelijk krijgt Frank drie jaar cel opelegd. “En weet je wat het gekke is? Ik denk met weemoed terug aan die tijd. Ja, echt, ik zie je ongelovig kijken, maar ik meen het: ik heb nog nooit zo veel veiligheid, structuur, motivatie en broederschap ervaren als in die tijd.”

Ja, oké, dat je maar drie keer per week mocht douchen: “Heel kut.” Dat je geen vrijheid had: “Ook heel kut.” Dat je naar de wc moest op een aluminium plaat met een gat in de grond, en naast die wc moest koken: “Ook heel kut.” Met drie personen een cel van vier bij vier meter delen: “Ook kut. Allemaal kut.”

Met onderbroek douchen

Maar in die cel ontstonden ook vriendschappen. Mannen die hem leerden hoe hij zich moest gedragen. “Ik weet nog dat ik de eerste keer onder de gezamenlijke douche stond en mijn onderbroek naar beneden wilde trekken. ‘Wat doe je?’ vroeg mijn celgenoot Rafa meteen. Dus ik, schaapachtig: ‘Ja, douchen doe je naakt, toch?’ Maar hij moest die onderbroek aanhouden, ‘want ze zijn daar vrij homofoob in de gevangenis’. Rafa zei tegen Frank: ‘Wie naakt is, krijgt klappen’.”

Frank leerde clean zijn: leven zonder drugs. Hij leerde Italiaans, spreekt die taal nu vloeiend. Hij leerde zichzelf aan dat hij moest opdrukken. Lopen tijdens het luchten. Praten met zijn celgenoten als iemand het moeilijk had. Zwijgen wanneer er gevechten ontstonden. Gezond eten. “Ze deelden daar tranquilizers uit om de gevangenen, zoveel mannen bij elkaar, rustig te houden. Ik vond dat eerst heel relaxed, omdat ik veel in paniek was, maar op een gegeven moment zei een vriend, Solomon heette hij: ‘Als je die blijft slikken, kom je hier als een zombie weer uit’.”

Dat wil niet zeggen dat hij nu geen trauma’s heeft. “Ik kan moeilijker tegen onrecht, merk ik. Dan kan ik witheet worden. Als iemand mijn kinderen iets aandoet, als iemand tegen me liegt. Ik denk dat ik dat heb overgehouden aan die veroordeling, en het feit dat ik me slecht heb kunnen verdedigen in de rechtbank. En dat ik niet goed ben behandeld toen ik ziek was.”

In de laatste gevangenis waar hij zat, heersten ziektes. Er zat schimmel op de muren. Hij had al astma, en dat werd er niet beter op. “Ik hoestte als een zeehond, baadde in het zweet maar rilde als een rietje, ik dacht: ik ga de pijp uit, joh. Ik weet dat onze tijd beperkt is, maar ik dacht alleen maar: ik wil mijn kinderen zien, ik moet naar mijn kinderen, ik moet dit overleven. ‘Hij heeft antibiotica nodig’, zei mijn celgenoot tegen de bewaker, ‘paracetamol kan hij krijgen’, en dat was dat. Want ik was een straneiro, een buitenlander, en ik was toch niets waard voor hen, als gevangene.”

Douche vol bloed

Een andere bijna-doodervaring: onder de douche, Frank stond naast een man die een pakje shag van iemand had gejat – kan in de gevangenis dus reden zijn om elkaar neer te steken. “Voor ik het wist, stond ik onder een douche vol bloed. Die man heeft het wel overleefd, maar het was kantje boord. Iemand wilde hier gewoon iemand anders dóódsteken om een pakje shag, hè. Ik dacht vanaf dat moment alleen maar: hoe kom ik hier levend uit?”

Maar hij overleefde meerdere overplaatsingen, hij zat in Sardinië, in Rome. “Ik heb niet gerend voor mijn leven, maar gepend voor mijn leven”, zegt hij weleens als mensen hem vragen: hoe dan? Hij schreef in zijn dagboeken, hij schreef in brieven naar vrienden, familie, zijn kinderen. Schrijven, schrijven, schrijven. Het hielp hem zijn gedachten ordenen, kwijtraken zelfs. “Als je je diepe emoties, heftigste woede, grote angsten opschrijft, en ze later terugleest, dan besef je al: ik zit er niet meer zo diep in als eerst. En dat reflectiemoment is al zo’n goed leerproces.”

Wat hij ook heeft geleerd: dat ook mensen met een strafblad, een goed hart kunnen hebben. “Dan heb ik het niet over de moordenaars ofzo, hè, maar gewoon de jongens die een paar jaar moesten zitten vanwege kleinere delicten als diefstal en drugssmokkel.”

De mannen met wie hij zijn schaarse vierkante meters deelde – de Portugese Rafa, de Griekse Solomon, de Dominicaanse Kenzo – mist hij, maar hij spreekt ze allemaal nog. Per app, telefoon. Geld om elkaar te bezoeken is er niet, iedereen is over de hele wereld uitgewaaierd. “We hebben het allemaal moeilijk gehad. We hebben allemaal ons verlies genomen. We zijn vrienden verloren, familieleden die ons niet meer wilden zien. Ik zeg altijd: mijn echte gevangenschap kwam pas toen ik vrijkwam.”

Uitgekotst. Zo voelde hij zich. Minderwaardig. Ongeschikt voor de samenleving. “Ik kon geen baan krijgen toen ik in 2014 vrij kwam, had diepe, diepe schulden omdat mijn huis in een slechte tijd was geveild. Ik moest rondkomen van veertig euro leefgeld.” 

Spoken word

Hij kon op een gegeven moment aan de slag als beveiliger, op zzp-basis. Hij geeft inmiddels lezingen, schrijftrainingen in gevangenissen onder de naam ‘Pen voor je leven’, schrijft boeken, poëzie. “Mag ik een rap voordragen? Ik doe ook aan spoken word.”

En hij begint, mensen kijken op van de tafeltjes, nieuwsgierig, hij doet het zacht maar net hard genoeg om de rest te kunnen laten meeluisteren in het restaurant. 

Die pijn en kwelling zijn we zelf
Erken het, onderwijs jezelf
al gaat de tijd niet bijster snel
uiteindelijk keert het tij vanzelf

Wees wijzer en bevrijd jezelf
en blijf vooral dichtbij jezelf 
Verandering wordt op prijs gesteld
Maar begint uiteindelijk bij jezelf

Frank heeft een boodschap. Namelijk: alles is van tijdelijke aard. Alle ellende die je overkomt, alle nare gevoelens: het is er, en je bent niet de enige die het meemaakt. “Alleen je moet het de tijd geven. Je moet het omarmen, ermee aan de slag. Zoals ik mijn gevangenschap omarmde, en besloot: ik ga hier beter uitkomen. Maar je moet je niet identificeren met je emoties. Omarm de diepe dalen, laat ze daarna achter je, want de upgrade komt daarna.”

Zijn upgrade kwam toen hij therapie kreeg, een paar jaar na zijn vrijlating, en werk vond. Nu heeft hij een vaste aanstelling, het geeft hem rust. “Ik ben zo dankbaar voor deze baan, deze kans. In de asielopvang voel ik me, gek genoeg, thuis. Omdat het zo lijkt op de gevangenis, kijk, ik laat het je zien.” Hij laat een gang zien, aan weerszijden deuren, kamers. “Bij een opvanglocatie leven ook allemaal mensen van verschillende culturen en achtergronden. Ik ga daar heel goed op.”

En wat er ook is, en in vol ornaat aanwezig ook: liefde. Een vrouw. Een vrouw die hij ontmoette toen hij financieel nog aan de grond zat. ‘Ik heb je niets te bieden’, zei hij meteen eerlijk tijdens hun chatgesprek op een datingapp.

‘Het gaat om liefde, niet om spullen’, had zij geantwoord. Ze gaan trouwen, zijn verloofd, zijn gelukkig, zij is zijn reddingsboei. “Ik ben een gelukkig mens, juist omdat ik zó veel ben kwijtgeraakt. Ik geniet nog steeds van elke dag kunnen douchen. Poepen op een normale wc. En ik vóél me ook weer mens, dankzij mijn aanstaande, dankzij mijn werk. De samenleving ziet me weer.”

Kinderen gemist

Wat hem nog het meest raakt, na al die jaren vrijheid, is dat hij drie jaar van zijn kinderen heeft gemist. Geen groep-8-musical, geen tienminutengesprekken, geen ‘hoe was je eerste schooldag’, geen eerste vriendje, geen eerste keer liefdesverdriet.

“Mijn kinderen hebben wel een tik gehad. We praten daar ook over. Het moeilijkste – onverdraaglijk vond ik dat – dat ik ze niet alles heb kunnen bieden nadat ik uit de cel kwam. Ik voelde me echt ont-vaderd. Dan waren ze met hun moeder naar Dubai, en ik was blij dat ze dat deden met z’n drietjes, maar het stak wel dat ik ze niet eens een klein cadeautje kon geven. ‘Maakt niet uit’, zeggen mijn zoon en dochter dan heel wijs. ‘Je bent er nu, en je behandelt ons als gelijke. Daar gaat het om.’ Dat ontroert me, wist je dat?”

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto’s van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

[ad_2]

https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5397335/zondaginterview-ex-gevangene-gigolo-woonbegeleider-arm-rtl-nieuws