Toerisme op Waddeneilanden loopt tegen de grenzen aan

[ad_1]

Jarenlang floreerde Ameland dankzij toerisme, maar de grens is nu bereikt, zo vinden eilandbewoners. De vrees is onder meer dat familiebedrijven worden overgekocht door grote multinationals. “Op het eiland is nu een brede maatschappelijk discussie gaande, en ik denk dat de meesten het er wel over eens zijn dat het zo goed is”, zegt Amelander Richard Kiewiet in Stand van Nederland: Generatie Next. “Meer is niet altijd goed.”

Doordat het door coronamaatregelen twee jaar lang niet of nauwelijks mogelijk was om naar het buitenland te reizen, zagen de Waddeneilanden een enorme toename van het aantal toeristen. Hierdoor zijn er, volgens eilandbewoners, ook veel mensen gekomen die de waarden van het eiland niet goed kennen. En uiteraard nieuwe ondernemers die willen inspelen op deze populariteit.

Richard was veertig jaar lang natuurbeheerder op Ameland en wadloopgids. “In mijn generatie is er heel veel veranderd. Ik heb nog meegemaakt dat de eerste toerist hier in de auto aankwam”, vertelt hij. “We hebben er zestig jaar over gedaan om Ameland te maken zoals het nu is. Daar hebben we ons uiterste best voor gedaan. Nu is het tijd om goed op te passen en de boel niet te verkopen aan de multinationals.”

Hij gaat verder: “Onze voorouders hebben de koppen bij elkaar gestoken en bedacht dat de arme gronden toch niet gebruikt kunnen worden voor het vee. Daarom hebben ze er kampeerterreinen van gemaakt. Dat zijn corporaties geworden, die aan het eind van het jaar hun winsten uitkeren aan de dorpelingen.” Maar sommige grotere bedrijven snappen deze normen en waarden niet, zegt Richard. “Dan komt er opeens een groot concern en gaat de prijs met 30 procent omhoog. De winst gaat naar de andere kant van het water”, legt hij uit. “We hebben juist geleerd hier in de afgelopen honderden jaren om voor onszelf te zorgen.”

De eerste tien jaar na de oorlog was armoe namelijk troef op het eiland. “Een aantal van mijn ooms en tantes gingen daarom naar het vasteland, naar Amsterdam, om hun geluk te beproeven”, vertelt Richard. “Als zij terugkijken na vijftig jaar, en ze komen hier weer terug, zagen ze dat ze een foutje hebben gemaakt. Want het is hier in ontwikkeling in gekomen.” En die ontwikkeling is grotendeels te danken aan toerisme. “We hebben er heel veel aan gedaan om dat in goede banen te leiden”, beklemtoont hij. “Vroeger kwam je twee a drie weken naar de Waddeneilanden, en tegenwoordig kom je een weekend of een midweek. En iedereen wil dan op hetzelfde moment op zijn elektrische fiets naar ’t Oerd en naar de vuurtoren. Dus er is veel meer beweging.”

Dat moet allemaal gefaciliteerd worden, en dan het liefst door kleine corporaties en familiebedrijven “die hun eigen broek ophouden”, aldus Richard. “Het is de kunst om het nu te beschermen en niet over de top heen te gaan, en het nog wel in eigen handen te houden.”

‘De grens is bereikt’

Dat een natuurbeheerder paal en perk wil stellen aan toerisme is niet verrassend, maar veel ondernemers zijn het ook met hem eens. Zo ook Alexander Kiewiet. “Het is een balans. We wonen hier natuurlijk ook als eilandbewoners, en ik merk dat de grens nu wel een beetje is bereikt”, zegt hij. “Men geeft aan dat het te druk wordt, en mensen ergeren zich op straat. Dat centreert zich met name in de dorpskernen.”

Alexander kreeg het ondernemen met de paplepel ingegoten: zijn ouders hebben een hotel en zijn opa had een restaurant. Bovendien is hij ook een échte Amelander. “Mijn vader is een Kiewiet, en mijn moeder een Metz. Dat zijn de twee grote families hier op het eiland.”

Hij runt zelf een strandtent en organiseert activiteiten. Duurzaamheid staat hoog op zijn prioriteitenlijstje. “We wonen hier in een prachtig mooi natuurgebied, en ik zou het ook fijn vinden als mijn kinderen hier later nog kunnen wonen. Dus we proberen er in onze bedrijfsvoering ook rekening mee te houden. Zo is de strandtent volledig zelfvoorzienend: we hebben zonnepanelen op het dak en vangen ons eigen regenwater op. In het restaurant werken we zo veel mogelijk met lokale producten.”

Eilandbewoner Gunda Brunotte kwam vroeger zelf als toerist op het eiland. Zo ontmoette ze natuurbeheerder Richard, waar ze uiteindelijk mee trouwde. Nu verhuurt ze 150 vakantiehuizen en is ze voorzitter van het ondernemersplatform op Ameland. Zij denkt dat het belangrijk is dat ondernemers en natuurorganisaties met elkaar in gesprek blijven over het toerisme op het eiland. “Ondernemers zullen zeggen dat de ondernemer en dus de toerist het allerbelangrijkste is. Een natuurorganisatie zegt dat alles moet wijken voor de natuur. Ik denk dat het belangrijk is dat die twee partijen met elkaar praten en naar oplossingen zoeken”, zegt Gunda. “Wij verkopen een stukje natuur, en daarvoor komen de toeristen ook. Dus als we dat op de een of andere manier totaal op slot zetten denk ik dat we achteruit gaan.”

Sociaal uitsluiten

Alexander vindt in ieder geval dat het plafond is bereikt. “Daar moet je ook je bedrijf op inrichten: het hoeft niet alsmaar groter”, zegt hij. “Ik denk dat het ook belangrijk is dat je dat samen als één partij doet, dus dat alle ondernemers één lijn volgen en een beetje dezelfde visie hebben. Een groot deel deelt mijn mening, maar er zijn ook een paar partijen die steeds meer willen. Daar sta ik niet helemaal achter.”

Dat zegt ook Gunda. “Iedere ondernemer moet voor zichzelf bepalen wat hij of zij wil, maar op de langere termijn wordt die ondernemer dan sociaal gezien uitgesloten.”

De rust, ruimte en natuur opzoeken tijdens de vakantie of een vrij weekend: het is populair. Maar hoe bewaak je als bestemming de balans tussen duurzaamheid en toerisme? Elif Isitman pakt de veerboot naar Ameland en zoekt het antwoord op die vraag. Je ziet deze aflevering zaterdag om 22:00 op NPO2. Eerdere afleveringen kun je terugkijken op NPO Start. 

Lees ook: 

Enorme stijging van toerisme op Waddeneilanden, groei van meer dan 20 procent

Door: Marinka Wagemans



[ad_2]

https://wnl.tv/2023/05/19/grenzen-aan-toerisme-op-ameland-bereikt-meer-is-niet-altijd-goed/