Hoge pieken, diepe dalen: zo ziet het leven eruit met een bipolaire stoornis

[ad_1]

Dan weer manisch, dan weer depressief: bij een bipolaire stoornis wisselen deze stemmingen elkaar af. Maar het is niet ‘Jantje huilt, Jantje lacht’ – soms zit er veel tijd tussen beide stemmingen en de hevigheid van die episodes kan enorm verschillen. Het kan dan ook lang duren voordat een bipolaire stoornis wordt herkend, zegt Tineke Mollema, die zowel ervaringsdeskundige is als bestuurslid van de patiëntenvereniging Plusminus.

“Vooral de manische episodes worden vaak aangezien voor onbezonnen jongerengedrag. Zolang je niet in een psychose raakt, zien mensen dan alleen de depressieve episodes.”

Zelf kreeg ze de diagnose op haar 26ste, na meerdere ernstige depressies. Haar huisarts had een donkerbruin vermoeden en stuurde haar door naar de bipolaire poli van het ziekenhuis: “Hij wist dat mijn moeder een bipolaire stoornis heeft. Dat had ze mij en mijn broer nooit verteld.”

Een bipolaire stoornis kan zich vanuit het niets openbaren, bijvoorbeeld bij grote levensgebeurtenissen, maar vatbaarheid ervoor kan ook erfelijk zijn, zoals bij Tineke het geval is. Nadat de stoornis bij haar was vastgesteld, bleken nog meer familieleden eraan te lijden. Inmiddels heeft ook haar broer de diagnose gekregen. “Er is nog veel onduidelijk over waarom de een het wel krijgt en de ander niet.”

Even opgelucht na de diagnose

Tineke was na de diagnose even opgelucht dat het beestje een naam had gekregen. “Nu kan ik een pilletje slikken en dat is het, dacht ik.” Maar zo simpel was het niet. Geen van de medicijnen die ze probeerde had effect.

Op een gegeven moment wisselden haar stemmingen zich in zo’n rap tempo af, dat ze de ene dag depressief kon zijn en de volgende hypomanisch (een mildere variant van manisch, waarover later meer). Zo’n gemengde episode wordt ook wel ‘rapid cycling’ genoemd, legt ze uit. “’s Avonds was ik heel hyper en bleef ik tot diep in de nacht wakker, de volgende ochtend kon ik nauwelijks mijn bed uit komen en voelde ik me heel down.”

Het leidde bij Tineke tot een opname van zes weken, waarin ze een hogere dosis medicatie kreeg en intensieve therapie volgde. “Ik heb er een jaar van moeten herstellen. Uiteindelijk heb ik moeten leren accepteren dat ik mijn leven anders moet inrichten. Bij de meeste mensen – onder wie ik – is bipolariteit niet op te lossen met alleen een pil.”

Magisch denken

Bij Tineke uit haar stoornis zich soms ook in magisch denken: ze is er dan van overtuigd dat het hele universum samenkomt om goede dingen voor haar te regelen. “Als het verkeerslicht op groen springt of als ik in één keer de juiste sleutel te pakken heb, geloof ik dat dat speciaal voor mij is. Heel apart is dat.”

Echt manisch is Tineke nooit geweest, wel heeft ze soms zogenoemde hypomanische episodes. “Op een stemmingsschaal van -10 tot +10, waarbij een ernstige depressie -10 is en een manie +10, zit hypomanie ongeveer op +5. Ik voel me dan gewéldig, maar ik weet ook dat ik daarna depressief word als ik niet ingrijp.”

In zo’n hypomanie kan ze ook impulsieve beslissingen nemen waar ze later spijt van heeft. “In het verleden heb ik eens veel geld in één keer uitgegeven, en ik ben ook weleens bij de kapper binnengelopen met de boodschap ‘doe maar wat leuks’. Ik kwam naar buiten met een hanenkam.

In een hypomanie ben je overigens nog wel voor rede vatbaar, zegt Tineke. “Je hebt zelf door dat je erin zit. Bij een manie is dat niet het geval. Dat heeft mijn broer gehad – hij werd heel boos en ontkennend als hij werd aangesproken op zijn gedrag.”

Kanye West

Bij iemand als Kanye West – die zelf heeft verklaard een bipolaire stoornis te hebben – kun je dat manische volgens Tineke heel duidelijk zien. “Die verliest totaal het contact met de werkelijkheid en gaat heel rare dingen zeggen.” Dat juist zijn acties zo zichtbaar zijn in de media, vergroot het stigma op bipolariteit, vreest Tineke.

“Mensen denken dan dat dát bipolariteit is. Terwijl de stoornis heel divers is. Bij een klein deel van de patiënten leidt een manie weleens tot een psychose. Maar sommige patiënten hebben nooit last van manies, en anderen nooit van depressies. En de één heeft het prima onder controle met medicijnen, terwijl de ander zijn hele leven moet begrenzen om de balans te kunnen handhaven. Het grootste deel van de patiënten werkt keihard om op een stabiele manier mee te kunnen doen in de maatschappij.”

Een bipolaire stoornis heeft invloed op elk aspect van je leven; van je relaties en vriendschappen tot je werk en eventueel ouderschap. Tineke kiest er vanwege haar ziekte bewust voor niet aan kinderen te beginnen. “Ik wil het niet doorgeven. Bovendien kost het me al genoeg moeite om mijn eigen leven stabiel te houden; de zorg voor een kind kan ik daar niet bij hebben.”

Prikkels en depressies

Werken is ook lastig. “Ik ben afgekeurd omdat ik steeds terugkerende depressies kreeg en qua prikkels veel minder aankan dan andere mensen.” Tineke werkt wel op vrijwillige basis als bestuurslid voor de vereniging Plusminus, van en voor mensen met een bipolaire aandoening en hun naasten, en voor een Europese patiëntenorganisatie. Via die weg kwam ze ook in contact met veel lotgenoten. “Ik heb er waardevolle vriendschappen opgedaan. Mensen die hetzelfde hebben, begrijpen je perfect. Soms heb je aan één woord genoeg. Die herkenning is heel fijn.”

Maar de stoornis heeft haar ook wat vriendschappen gekost. “Ik heb de contacten die niet zo diep gingen een beetje laten verwateren en vooral geïnvesteerd in mensen met wie ik eerlijk kan praten over hoe het met me gaat.”

Een bipolaire stoornis kan een harmonieuze liefdesrelatie in de weg staan, maar Tineke en haar vriend hebben een goede manier gevonden om ermee om te gaan. “Natuurlijk maakt hij zich weleens zorgen om me, maar we zijn samen sinds mijn 18de en hij kent mijn handleiding inmiddels. Hij ziet beter dan ikzelf hoe het met me gaat.”

“‘Het leven is een beetje uit je ogen’, zegt hij soms. En als ik van de hak op de tak ga, zegt hij tegen me dat ik wel érg druk ben. We hebben afgesproken dat hij alleen signaleert wat hij bij me ziet en dat het vervolgens aan mij is wat ik ermee doe. Dat werkt heel goed. Zo blijft de regie bij mij liggen en juist dat is bij een bipolaire stoornis heel belangrijk, want in die episodes raak je de regie kwijt.”

Tegengesteld gedragen

Tineke heeft inmiddels medicijnen gevonden die wel werken en is al anderhalf jaar stabiel. Ze slikt een antidepressivum, twee stemmingsstabilisatoren (eentje om de manische kant te stabiliseren en eentje voor de depressieve kant), en slaapmedicatie. Ook leerde ze meer balans in haar dagen te brengen: niet té veel doen, en ook niet gelijk bang zijn voor een depressie als ze zich een dag niet goed voelt.

“Als ik nu wat drukker word of me wat neerslachtiger voel, ga ik me bewust tegengesteld gedragen zodat zo’n episode niet doorzet. Als ik bijvoorbeeld geen zin heb om mijn bed uit te komen, ga ik júíst naar buiten om een wandeling te maken of iets leuks te doen.”

Ze heeft zich intussen zo verzoend met haar diagnose, dat ze er misschien zelfs niet meer vanaf zou willen als het kon. “In de documentaire The Secret Life of the Manic Depressive vraagt Stephen Fry op het eind aan mensen of ze op een knop zouden drukken om hun bipolariteit te laten verdwijnen. Bijna iedereen antwoordt van niet, en daar snapte ik eerder niets van. Maar als je het mij nu zou vragen, weet ik ook niet of ik zou drukken.”

“Mijn bipolariteit heeft me gemaakt tot de persoon die ik ben. Ik heb werk dat ik verschrikkelijk leuk vind en dat me veel zingeving biedt, ik heb mezelf door alle therapie heel goed leren kennen én mijn relatie is dieper geworden. De stoornis heeft me dus ook veel gebracht.”

Toon interesse

Heb je mensen in je omgeving met een bipolaire stoornis? Toon dan oprechte interesse in hun gemoedstoestand, adviseert Tineke. “Vraag hoe het met ze gaat, en neem geen genoeg met een plichtmatig ‘goed’. Je kunt ook zeggen dat je je zorgen maakt over bepaald gedrag en vragen of er soms iets aan de hand is. Ik denk dat sommige lotgenoten zich best eenzaam voelen; oprechte belangstelling van anderen kan dan helpen.”

Manisch-depressief

Een bipolaire stoornis wordt ook wel een manisch-depressieve stoornis genoemd en is te herkennen aan uitersten in stemming en activiteit. Het komt voor bij ongeveer 1 tot 2 procent van de Nederlanders. De stoornis begint vaak tussen het 15de en het 30ste levensjaar, maar kan zich ook op latere leeftijd openbaren. Over de oorzaak is nog weinig bekend.

Type 1 en type 2

Er zijn twee veelvoorkomende types: type 1 en type 2. Type 1 is het ‘klassieke’ type, waarbij manische periodes en ernstige depressies elkaar afwisselen. Bij type 2, waaraan Tineke lijdt, wisselen depressieve periodes en hypomane periodes (de mildere variant van een manie) elkaar af. Een episode kan geleidelijk ontstaan, maar ook ineens opspelen. Heftige gebeurtenissen of stress kunnen episodes uitlokken. De ernst van de klachten en de duur ervan verschilt per periode.

Herken je bij jezelf verschijnselen van een bipolaire stoornis? Dan kun je hier de zelftest van het Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen doen.

Bronnen: Plusminus en Thuisarts

[ad_2]

https://www.rtlnieuws.nl/lifestyle/artikel/5375005/world-bipolar-day-bipolariteit-hoge-pieke-diepe-dalen-tineke-mollema