Desirée gaf zorg voor suïcidale zoon uit handen: ‘Beste beslissing ooit’

[ad_1]

Desirée wil haar kinderen graag anoniem houden. Daarom zijn hun namen gefingeerd. Op de foto’s in dit verhaal zie je de kinderen toen ze jong waren.

Als je een moeder vraagt wat ze het liefste wil voor haar kind, is het gelukkig zijn. Een leven vrij van zorgen, gevuld met liefde. Maar de realiteit is dat je daar geen controle over hebt. Je kunt je kinderen niet gelukkig maken, en zij jou ook niet. Dat moet je zelf doen, weet Desirée nu maar al te goed.

Had je haar dit een decennium eerder gezegd, dan had ze misschien schoorvoetend ja gezegd, maar van binnen nee geschreeuwd. Want toen haar zoon Sven in 2014 in een depressie belandde, dacht ze maar één ding: ‘Ik zorg voor mijn zoon totdat hij weer gelukkig wordt’.

‘Mijn kind wilde dood’

Sven was 16 jaar toen hij depressief en suïcidaal werd. De scheiding van Desirée en haar ex-man was de trigger voor de sombere gevoelens waar hij al langer mee kampte. Het zadelde haar op met een enorm schuldgevoel. “Ik koos er tenslotte voor om bij mijn man weg te gaan.”

Een huwelijk van 26 jaar kwam ten einde. Samen hadden ze drie zoons gekregen: de tweeling Sven en Lars, en de één jaar oudere Oskar. “Thuis was altijd een fijne plek”, zegt Desirée. “We hadden weinig ruzie en ons huwelijk was best goed. Maar ik was in therapie gegaan voor een onverwerkt jeugdtrauma en dat veranderde mij. Ik kreeg andere behoeftes en dit huwelijk werkte niet meer.”

Ze durfde voor haar eigen geluk te kiezen. “Ja, een krachtige beslissing”, zegt ze. Achteraf zou blijken dat die beslissing haaks stond op wat de komende zes jaar zou gaan gebeuren. In die jaren, van 2014 tot 2020, koos ze allesbehalve voor zichzelf. “Mijn hele leven draaide nog maar om één ding: Sven beter maken. Het werd mijn missie.”

Er volgt een traan. “Mijn kind wilde dood”, zegt ze, in haar huis in Halsteren. “Als moeder doe je alles om je kind daarvan te weerhouden.”

Zwarte wolk in huis

Desirée was aan het begin van Svens depressieve periode nog hoopvol. “Eerst dacht ik dat hij gewoon wat meer tijd nodig had om te rouwen om de scheiding. Ik zei tegen mijn ex-man dat hij hem wat ruimte moest geven.” Maar de situatie bleef, week na week, hetzelfde. “Hij kwam niet meer uit bed, at niet meer en was ’s nachts alleen maar aan het gamen. Zijn kamer was vies en een enorme rommel. Als je nog niet depressief was, zou je het er bijna van worden.”

Haar ex-man was vaak op reis en dus kwam Sven bij haar wonen. ‘Goed’, dacht Desirée, ‘want hier is actie nodig’.

Elke ochtend stond ze klaar voor Sven, die al maanden niet naar school ging. Hup, dan ging ze weer naar boven met een gezond ontbijtje. ‘Kom, een been over de rand. Nu je andere been’, zei ze dan. “Maar dan viel hij weer om… Het kon soms wel een uur duren voordat hij zat. En dit deed ik dan elke dag.” Ze noemt het ‘een metafoor’ voor het proces met haar zoon. “Ik die hem maar bleef helpen met overeind komen en hij die steeds terugviel.”

Haar lieve Sven, een jongen die vroeger zo vrolijk was en veel vrienden had. Desirée wist dat hij die jongen weer kon worden. “Ik zag zijn potentie.” Ze stopt even met praten. En dan met haperende stem: “Zie het dan, dacht ik.” Snik. “Zie het dan!” Nog meer snikken. “Ik zag wat hij kon zijn.”

Over eigen grenzen gaan

Een paar maanden werden een jaar. Desirée raakte met de dag vermoeider en de zwarte wolk van depressie was het huis binnengetrokken. Zijn tweelingbroer Lars, die ook bij haar woonde, leed eronder, maar hield zich stil. “Ik zag dat hij zich steeds meer wegcijferde. Als Sven ’s avonds met veel lawaai aan het gamen was, wilde Lars altijd aardig blijven. ‘Wil je dat alsjeblieft niet doen als ik voor mijn examens aan het leren ben?’, zei hij dan. Terwijl hij ook gewoon kon zeggen: kan het verdomme wat zachter! Ook hij zocht de zachte manier. Net als ik.”

Ze zag het. Ze wist het. Iets moest veranderen. Maar hoe? Desirée had werkelijk geen idee. Op alles wat Sven vroeg of wilde, zei ze ja. “Ik was bang voor de gevolgen die een ‘nee’ zou hebben.” Zo vertelde Sven op een dag dat hij wiet had gerookt en zich er goed door voelde. Voor ze het wist, stond ze in de rij bij de coffeeshop. “Ik wilde hem een fijn gevoel geven en laten voelen dat hij geliefd was.”

“Maar daardoor ging ik jarenlang over mijn eigen grenzen heen. Ik was mezelf volledig kwijtgeraakt. Ik kwam nauwelijks nog de deur uit. Ik moest mezelf echt dwingen wat leuks te gaan doen. Maar ook dan was ik altijd met thuis bezig, bang dat hij of een hulpverlener zou bellen. Al gebeurde dat nooit.” Er volgt een zucht. En nog een. “Dat ik nu ook denk: hoe kan ik het zo lang hebben geprobeerd?”

‘Je kunt hem altijd nog het huis uitzetten’

Maar een wending komt soms uit onverwachte hoek. Intussen was Desirée aan het daten geslagen. Ze moest dat huis uit. Na talloze afspraakjes, waarin ze onder meer leerde om niet in de eerste twee dates al te beginnen over haar depressieve zoon of onverwerkt jeugdtrauma, leerde ze de man kennen met wie ze nu vijf jaar samen is. Tegen haar eigen regels in, ‘ik ga niet samenwonen’ en ‘latten is het hoogst haalbare’, woonde Erik na een jaar bij haar.

In het proces met Sven was dat misschien wel het beste wat kon gebeuren. Hij bracht wat ze nodig had: een spiegel. Als ze weer met Sven naar de coffeeshop ging voor wiet, zei Erik: ‘Je had ook nee kunnen zeggen’. “Hij zette mij aan het denken.” Net als andere mensen om haar heen. Toen Sven voor de zoveelste keer met therapie was gestopt, zei een goede vriendin, die zelf ook jarenlang een depressief kind had: ‘Als hij hulp weigert, kun je hem altijd nog het huis uitzetten.’

“Ik wist dat het kon”, zegt ze, opnieuw in tranen. “Ik wist dat ik ook iets anders kon doen dan alleen maar voor hem zorgen.”

Het was op dat moment dat ze zich ook weer een andere tip herinnerde: ‘Soms moeten mensen letterlijk in de goot belanden voordat ze gaan beseffen: shit, ik moet het doen en niet iedereen om mij heen.’ Alle adviezen klonken logisch. Tot daar het laatste zetje kwam, van Svens (nieuwe) therapeut, die begon over een opname.

Desirée besefte: “Ik was dan geen onderdeel van het probleem, maar wel van de oplossing. Ik hield dingen in stand. Ik werkte heel hard voor Sven, waardoor hij niet hoefde te werken. Maar na zes jaar zaten we nog steeds in hetzelfde schuitje. Ik kon hem helemaal niet uit die depressie halen. Hij moest dat zelf doen.”

Stoppen met zorgen

Ze stopte met voor hem te zorgen. Ondanks de angst dat hij een einde aan zijn leven zou maken, een gedachte waar ze nog steeds de bibbers van krijgt, deed ze het. “Ik ging hem niet langer elke dag boterhammen brengen, naar de coffeeshop rijden, wakker maken, zijn pillen brengen. Ik vond het doodeng, maar ik deed het niet meer.”

Twee dagen was het doodstil boven, totdat ze gesnik hoorde. Ze kwam binnen en Sven zei: ‘Ik moet hier weg’. “Ik wist niet wat ik hoorde.” Nog diezelfde minuut hing ze met zijn therapeut aan de lijn. Een paar dagen later was hij opgenomen. “Mijn moederhart huilde, maar ik zette door. Van binnen wist ik dat dit het beste voor hem was.”

Lichtheid in huis

De duisternis in huis maakte plaats voor lichtheid. Het verdriet over zijn opname was er zeker, maar de opluchting net zo. “Toen Sven eenmaal weg was, leek het alsof er een zwarte wolk was opgetrokken. De hele tijd had er een deken op ons gedrukt. We voelden dat pas toen hij weg was. Pas daarna kon ik echt ontspannen. Erik en ik boekten meteen een weekendje weg, om er even tussenuit te zijn. Het was de eerste keer in zes jaar dat ik niet continu op mijn telefoon keek, bang dat er iets was gebeurd met Sven.”

Ze kreeg weer ruimte om haar eigen leven op de rit te krijgen. Om aandacht te geven aan haar zoon Lars, die volgens haar een flinke tik heeft gehad van de periode met Sven. Hij raakte in een burn-out, die hij overwon door snel hulp te zoeken. En ze kreeg de ruimte om samen te zijn met Erik, een man met wie ze dolgelukkig is.

Desirée schreef een boek over haar ervaring: Einde aan de duisternis – Als je kind een doodswens heeft. “Er zijn heel veel depressieve jongeren in Nederland en daar is gelukkig heel veel aandacht voor, maar je hoort niks over de moeders, vaders, broers en zussen. Het hele gezin lijdt mee. Voor hen is dit boek”, zegt ze erover.

‘Loslaten is grootste les in het leven’

Sven zei al snel dat het goed ging met hem in de kliniek. Maar Desirée kende haar zoon langer dan vandaag. “Ik wist dat hij heel goed was in mooi weer spelen.” Ze schreef een brief aan de psychiaters in de kliniek, in de hoop dat ze hierdoorheen zouden prikken. “Ik deed het uit liefde.”

Sven zag dat alleen anders; hij was woedend en verbrak al het contact met zijn moeder. Via haar ex-man, bij wie Sven na zijn opname van twee maanden ging wonen, kreeg ze af en toe een update. “Dat deed elke keer weer pijn.” Er volgt een stilte. “Het raakte me zo om iets over hem te horen. Maar zijn vader deed wat het beste voor hem was, daar ben ik van overtuigd.”

Onverwacht bezoek

Opeens, na anderhalf jaar, zag ze een lange jongen met bruin haar voor het keukenraam staan. Of ze tijd had voor koffie. ‘Tuurlijk, zei ze, terwijl ze haar emoties in bedwang hield. Samen praatten ze over koetjes en kalfjes. Ook vroeg Sven of ze mee wilde werken aan een nieuwe therapie waar hij mee was begonnen. De zes slopende jaren, waarin Desirée dag en nacht voor hem had gezorgd, kwamen niet ter sprake. Sven zei zelfs dat zijn werk als kliminstructeur, wat hij in zijn depressieve periode soms in de zomer deed, hem er weer bovenop heeft geholpen. “Au”, zegt Desirée. “Dat voelde wel als een steek. En ik dan?”

Maar dat gevoel ebde weg. Want, ze neemt hem niks kwalijk. “Sven weet niet hoe zwaar het is geweest voor ons als gezin en dat hoeft ook niet.” Ze is alleen maar blij dat het nu zo goed met hem gaat. “Hij heeft fijn werk, een lieve vriendin en een leuk huis. Hij geniet weer van het leven.”

Desirée leerde in die zes jaar dat maar één iemand hem kon helpen en dat was hijzelf. “Ik ben een moeder van ‘let it go’ geworden”, lacht ze. “Loslaten is de grootste les in het leven. Ik heb geleerd om dingen te accepteren zoals ze zijn. Of hij nu dood wilde of wilde leven, ik had dat geaccepteerd.”

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto’s van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

[ad_2]

https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5399386/desiree-tonino-depressie-depressiviteit-zelfdoding-jongeren